De geur van pannenkoeken die uit de dampkap van Hotel de Lourdes komt aangewaaid, overstijgt al lang die van wierook en toch komen er nog steeds bezoekers naar de grot.
Het Oostakkerse bedevaartsoord werd in 1873 opgericht door markiezin Pauline de la Kethulle de Ryhove. Aanleiding voor het bouwen van een Lourdesgrot was de wonderlijke genezing van een dienstmeisje na gebed tot de Maagd Maria. De hoogdagen van dit oord mogen dan, net als zowat overal in onze contreien, al geruime tijd voorbij zijn, een bezoek blijft een religieuze ervaring, in de brede betekenis van het woord.

De stilte en rust die je er kan vinden, zorgen ervoor dat de ruis van de dagelijkse hectiek even naar de achtergrond verdwijnt. De neogotische basiliek, gebouwd tussen 1875 en 1876 en het middelpunt van het bedevaartsoord, draagt bij aan dat gevoel van verstilling: met of zonder godsbeeld kun je je er alleen maar nederig voelen.

Babelutten
Als kind van het toen nog Lootse platteland herinner ik me dat een jaarlijkse bedevaart in de meimaand zowat onvermijdelijk was. Net zoals jaarlijks “je Pasen houden”, was een uitstap naar Oostakker-Lourdes een verplicht nummertje. Op zich vond ik dat best wel plezant, en daar zat het babeluttenkraam in die buurt zeker voor iets tussen. Veel erger, haast een vorm van mishandeling, was de ommegang, waarbij bij elke statie een paternoster werd afgerammeld. Voldoende, voor mij, om de rest van mijn leven zonder te kunnen.



