Urbain De Wilde is al met pensioen sinds 1 oktober 2024. De winkel in het hartje van Zaffelare is ondertussen gesloten, al staat er nog altijd wat gerief. Hij koos ervoor om zachtjesaan te sluiten.
Wat we nog zien in de etalage zijn stille getuigen van een zaak die generaties lang meeging. Want matrassen maken was destijds bij de familie De Wilde niet alleen een handel, maar vooral een ambacht. De wortels van de familiezaak reiken terug tot de tijd van Urbains grootvader, met dezelfde naam. In die jaren werd schapenwol nog gewassen in de Zuidlede; later werd de wol thuis gewassen in een grote betonnen kuip.
Beroepen waren in die tijd zelden strikt afgebakend. Zoals zovelen combineerde hij verschillende activiteiten: barbier, matrassenmaker en ook muzikant bij de plaatselijke fanfare. Matrassen werden toen in de bescheiden winkel verkocht en zelfs veelal bij de mensen thuis hersteld – vakwerk aan huis dus. Urbains vader, André De Wilde, zette de matrassenzaak verder met zijn echtgenote Esther Van De Sompel. Bij hen leerde Urbain het vak en de kunde. Begin jaren tachtig nam Urbain de zaak van zijn ouders over en investeerde later in een nieuw handelspand. De focus verschoof meer naar de winkel, al bleef de dienstverlening persoonlijk. Soms liep het letterlijk wat stroef: “Er waren momenten dat we het leveringspunt amper konden bereiken: oude, kleine woningen met nauwe trapdoorgangen waren soms moeilijk toegankelijk”, horen we.
De klanten kwamen vooral uit de ruime omgeving van Zaffelare, al reikte het klantenbestand veel verder. “Die van naast de deur kochten niet hier”, glimlacht Urbain, “maar ik had wel klanten in de verschillende randgemeenten en tot bijvoorbeeld in Dendermonde.”

Het vertrouwen van die klanten bleef na generaties overeind. Urbain onderscheidde twee soorten klanten: zij die elk detail over het product wilden kennen, en zij die zich bijna blind lieten leiden door hun vertrouwen in de zaak. Eerlijkheid, duurzame producten en vakkennis deden de rest. Als familiebedrijf stond De Wilde borg voor jarenlang slaapcomfort.
Grote winkelketens heeft Urbain nooit als echte concurrentie ervaren. Klanten kwamen doelgericht en wisten waarvoor zijn zaak stond: kwaliteit. De winkelruimte fungeerde als een soort technische etalage – heden zijn slaapzaken meer showrooms te noemen, met veel nevenartikelen. Door de jaren heen zag Urbain het vak sterk evolueren: van matrassen met pure scheerwol of wol-veermatrassen naar matrastypes met complexe gelaagdheden. Toch bleef één principe overeind: kwaliteitsvol blijven in een betaalbare middenprijsklasse.
Vandaag kijkt Urbain met voldoening terug. Hij is vooral blij dat de zaak zo lang heeft kunnen blijven bestaan, gedragen door generaties vakmanschap. En recht uit zijn hart noteren we: “Een oprechte dank aan alle klanten, voor het jarenlange vertrouwen dat ze mij en mijn familie schonken.”

Het zwarte gat lonkt?
Iets wat hij onmiddellijk en met klem tegenspreekt. “Helemaal niet, mijn tweede leven is muziek. Ik studeer nog steeds orgel, mijn lievelingsinstrument. Het is meer dan een passie.” Als organist is hij goed bevraagd, houdt hij onder andere veel van de muziek van J.S. Bach en is hij medeorganisator van gesmaakte orgelconcerten. “Het vak van matrassenmaker kon je nergens studeren, maar muziek wel – en dat deed ik. Mijn vader begreep dat niet ten volle, maar moest uiteindelijk toch toegeven dat ook dit een vak is én te combineren viel met de zaak.”
Wij danken Urbain voor de gemoedelijke babbel – en van zijn muziek zullen we in toekomst ongetwijfeld nog horen.

