Marc Roland uit Zaffelare heeft zondag, na 99 dagen stappen, zijn eindbestemming bereikt: de kathedraal in Santiago de Compostela. Op de Praza do Obradoiro vóór de kathedraal stond zijn vrouw Marianne hem op te wachten. Zij zag een gelukkige pelgrim – met duizenden kilometers in de benen, tranen van geluk in de ogen, met een baard na drie maanden zonder scheren en een rugzak vol verhalen – op zich afkomen.

Zondag beëindigden 2306 pelgrims hun camino en haalden ze in het Oficina del Peregrino in Santiago hun getuigschrift op. Eén van hem was Marc Roland uit Zaffelare. Na een blije en innige omhelzing van Marianne en Marc verscheen daar ook plots en onverwacht hun kleinzoon Mauro. Het was een intens emotioneel weerzien!

De voorbije maanden volgden onze lezers Marc al enkele keren tijdens zijn avontuur. Negenennegentig dagen geleden trok hij de voordeur achter zich dicht om te voet naar Santiago te wandelen. Vlaanderen, Frankrijk en Noord-Spanje vormden zijn decor.
De eerste weken in Frankrijk waren vooral een oefening in alleen zijn. Uren stappen zonder veel volk tegen te komen door de natuur nog in prille frisgroene lentefase. Week na week veranderden het landschap en het seizoen.

Eenmaal over de Pyreneeën veranderde veel. Op de Camino Francés belandde Marc in een internationale mensenzee van pelgrims. Hij ontmoette wandelaars uit alle windstreken, van twintigers die zichzelf zochten tot zeventigers die zichzelf allang hadden gevonden.
“Ik heb zoveel diverse mensen leren kennen langs de caminowegen. Ik had geen last van het alleen zijn, noch van moeite of van slecht slapen, heb me niet geërgerd, kortom ik heb van elke dag genoten. Overdag stapte ik liefst alleen, alleen met mijn gedachten als een oefening in het traag denken.”-

Wie veel buiten is en grote afstanden aflegt moet goed eten, hoe ging dat Marc ?
“Pasta hé, veel pasta gegeten! Culinair was het af en toe behelpen. In de gîtes of albergues is er vaak een vorm van – vegetarisch – half pension mogelijk, soms wordt er samen met medepelgrims een potje gekookt of een maaltijd opgewarmd. Elke maaltijd, simpel of niet, smaakte na een dag van twintig à dertig kilometer wandelen als een sterrenmenu.
Maar de “manitas en salsa”, een geliefd Spaans gerecht, die waren echt niet te vreten! Man, man dat zijn gewoon vettige varkenspoten!”-

Bijna 3000 km gestapt zonder problemen met de voeten.
Hij ging over modderige boswegen, scherpe keien, eindeloze grindpaden, steile beklimmingen en kilometers asfalt. Hij passeerde verlaten dorpjes, indrukwekkende kathedralen, sfeervolle middeleeuwse steden, eeuwenoude Romeinse bruggen en landschappen die aan ansichtkaarten deden denken.

-“Ik heb het al vaak herhaald : ik heb gouden voeten. Mijn schoenen kreeg ik van een vrouw uit Zelzate die ze voor haar man gekocht had. Hij is overleden, heeft de schoenen niet gedragen. Ik wil en ik kan die schoenen nu niet weggooien, ik wil er nieuwe zolen onder. Ik heb het geluk gehad niet één keer nat geregend te zijn. De enige keer dat ik nat was kwam omdat ik na een regenbui door heel hoog gras moest stappen. Die keer was ik tot aan mijn middel kletsnat van dat gras. ”-

Terug naar het ‘normale’ leven?
Marc, Marianne en Mauro blijven nog een paar dagen in Santiago. Het stappen zit er op. “Dit is zonder twijfel het mooiste avontuur van mijn leven“, vertelt Marc na zijn aankomst. “Elke dag was een feest, de landschappen en de eenvoud van het leven onderweg maken deze reis onvergetelijk. Van elke dag heb ik een verslagje gemaakt, twee schriften heb ik helemaal vol geschreven. Ik ga hier nog heel lang van kunnen nagenieten.”

Met zijn aankomst in Santiago de Compostela komt een einde aan een bijzondere (levens) reis. Een avontuur dat begon aan de voordeur in Zaffelare en eindigde op een van de meest iconische pleinen van Europa. Na 99 dagen stappen zit de camino erop, de herinneringen zijn er voor altijd.


