De eenzaamheid van een flexbushaltepaal

Er is er eentje in mijn straat en zelfs zonder dagelijks door de spleten van mijn gordijnen te loeren stel ik vast er nog nooit een wachtende te hebben gespot.

Meer zelfs, ik zou een dik jaar na invoering van het nieuwe vervoersplan van De Lijn zelfs niet weten hoe zo’n ophaalbusje eruitziet. Toegeven, voor wie halverwege mijn straat afstapt is het meestal de laatste halte, als je weet dat deze is ingeplant aan het Zaffelaarse kerkhof. “Vervoer op maat”, want dat was het opzet van de vernieuwing. In de praktijk zijn de flexbussen de opvolgers van de belbussen. “Het grote verschil zit in de uitbreiding van het aanbod. Zo zul je in verschillende gemeentes waar er vroeger géén belbussen reden, kunnen rekenen op de flexbus. Ook worden de beschikbare uren uitgebreid”, klonk het. Allesbehalve het verhaal van de klassieke halteplaats, wel eentje waarvoor dient te worden gereserveerd, 30 dagen tot 30 minuten op voorhand. En dat doe je via de Hoppinapp of door te bellen naar de Hoppincentrale.

Afgaande op het aantal gele palen in Vlaanderen lijkt het inderdaad zo dat reizigers geen wortel hoeven te schieten, dat deden de palen al.

Het feit dat de onbetrouwbaarheid van Flexbus van De Lijn juist nu de actualiteit haalt – capaciteitsproblemen en reizigers die vaak niet komen opdagen – sluit aan bij hetgeen ik registreerde in het straatbeeld.

Scroll naar boven