Heb jij al een microwagen zien rijden?

Wanneer ik met vijfentwintig kilometer per uur aanschuif in de Lootse dorpskom, denk ik vaak: zo’n kleintje zou hier wel op zijn plaats zijn.

Elektrische microwagens – ultracompacte voertuigen zoals de Citroën Ami, de Microlino en de Renault Twizy – lijken op papier dé oplossing voor mobiliteitsproblemen. Ze zijn klein, volledig elektrisch, relatief betaalbaar en ideaal voor korte afstanden. Toch blijven ze een nicheproduct.

Hun grootste troef – het compacte formaat – is tegelijk hun grootste beperking. Ze zijn niet geschikt voor snelwegen of langere trajecten, halen slechts een beperkte topsnelheid en hebben een bescheiden rijbereik. Tussen SUV’s en andere grotere wagens voelt zo’n ultracompact voertuig kwetsbaar aan, ook al voldoet het aan alle wettelijke normen. Voor een voertuig met slechts twee zitplaatsen, weinig bagageruimte en minder comfort blijkt een tweedehands benzinewagen soms goedkoper én veelzijdiger. Bovendien zijn auto’s meer dan louter transportmiddelen; ze fungeren ook als statussymbool. Microwagens worden vaak gezien als “praktisch maar basic”. Voor veel consumenten weegt uitstraling nu eenmaal zwaar door in de aankoopbeslissing.

En trouwens: zie je een deurwaarder al halthouden in een villawijk met zijn Citroën Ami?

Scroll naar boven