Het was recent een punt op de agenda van de gemeenteraad in Lochristi: werk maken van de leegstand en verkrotting.
Leegstaande en vervallen gebouwen roepen uiteenlopende emoties op. In onze eigen buurt zien we ze vaak als een doorn in het oog: tekenen van achteruitgang, verwaarlozing of gemiste kansen voor projectontwikkeling. Maar wanneer we op reis een vervallen pand, een verlaten fabriek of een half ingestorte schuur tegenkomen, noemen we het pittoresk, mysterieus of zelfs romantisch. Uitgeleefde gebouwen hebben ook een zekere rebelse schoonheid. Ze onttrekken zich aan de strakke regels van een afgelikte dorpsplanning. Graffiti, begroeiing die zich een weg baant door scheuren in de muur, het zijn tekenen van een natuurlijke of menselijke herovering. Laat dit nu net het soort plekken zijn die kunstenaars, fotografen en urban explorers inspireren. Denk maar aan de voormalige uitgeleefde kloosterschool in Zaffelare, waar fotografen spreekwoordelijk in de rij stonden om de vergankelijkheid vast te leggen.

Ronde en andere stenen
Wandelend door Wachtebeke en op zoek naar sprokkels authenticiteit stootten we op een aantal plekjes die dit belichamen. Niet groots, maar juist daarom zo krachtig. Tastbaar verval als stille getuige van andere tijden. In het Axels Vaardeken, vlakbij de plek waar ooit een houten windmolen stond, kom je een oude mechanische maalderij tegen. Vervallen, maar wel geklasseerd als erfgoed. Volgens een buurtbewoner is de uitrusting nog volledig aanwezig en zou ze nog functioneren.

En terwijl we het toch over molens hebben: in de Kortelaan leunt een molensteen tegen een bejaarde gevel. Ooit behoorde hij toe aan de Davidsemeuln. Een zoektocht naar het verleden van deze locatie bracht ons naar de site van Molens Echo. We lezen over drie tragische voorvallen die er plaatsvonden. In 1899 en 1906 verloren respectievelijk twee mensen er het leven. Eentje werd gegrepen door de molenwieken, een andere getroffen door een blikseminslag. In 1907 draaide de molen “zot” ten gevolge een hevige wind.

Aan de andere kant van de E34, in Overslag, kwamen we dan weer stukjes bouwvalligheid tegen die uitnodigen om even bij stil te staan. Net zoals bij een wandeling door Doel rijst hier de vraag: wie heeft hier ooit gewoond? Hoe leefden ze en waar zijn ze heen? Verval hoeft niet enkel een verlies te zijn, het kan ook bron van schoonheid zijn als we maar bereid zijn er met andere ogen naar te kijken.





